Raad van State schorst toewijzing strandbarconcessies in de gemeente Knokke-Heist
Bij arresten nrs. 268.134 en 268.135 van 23 oktober 2026 schorst de Raad van State de beslissingen van de gemeente Knokke-Heist over de toewijzing van de strandbarconcessies wat de zones ‘Knokke’ en ‘Zoute’ betreft.
De Raad van State steunt daarvoor op drie motieven.
In de eerste plaats staat de Raad stil bij de uitzonderlijk hoge concessievergoedingen die door bepaalde kandidaten werden geboden. De kandidaten moesten in hun voorstel een financieel (meerjaren)plan opnemen dat onder meer het realistisch karakter en de haalbaarheid van de aangeboden concessievergoeding moest aantonen. De Raad oordeelt dat de gemeente Knokke-Heist niet met de nodige zorgvuldigheid heeft onderzocht of die concessievergoedingen wel realistisch en haalbaar zijn.
In de tweede plaats stelt de Raad van State vast dat, in veel gevallen, een concept werd voorgesteld dat volgens de gemeente op het eerste gezicht niet voldoet aan de toepasselijke stedenbouwkundige voorschriften. De Raad is van oordeel dat de gemeente niet voldoende heeft onderzocht of deze afwijkingen beperkt of essentieel zijn. In dit laatste geval brengt dat de vergelijkbaarheid met de andere voorstellen in het gedrang. Daarbij komt dat de gemeente heeft nagelaten om die vastgestelde afwijkingen mee te nemen in de beoordeling van andere evaluatiecriteria, zoals het financieel plan.
In de derde plaats rijzen volgens de Raad van State vragen bij de lange looptijd van de concessies (een periode van 9 jaar, eenmaal verlengbaar, dus maximaal 18 jaar). Volgens de Raad toont de gemeente niet aan dat er goede redenen zijn om de concessies voor zo'n lange duurtijd toe te wijzen. De noodzaak om de investeringen van de uitbaters met een redelijk rendement terug te verdienen, lijkt in dat verband op het eerste gezicht geen verantwoording te zijn.
Bij arrest nr. 268.140 van dezelfde datum schorst de Raad van State ook de toewijzing van de strandbarconcessies voor de zone ‘Duinbergen’ en de beslissing om het voorstel van een kandidaat onregelmatig te verklaren. De gemeente was van mening dat dit voorstel niet voldeed aan de vereiste dat er een afdoende ‘structurele band’ moet bestaan tussen de indienende vennootschap en de natuurlijke persoon die de strandbar daadwerkelijk zal uitbaten. De Raad van State overweegt dat die beslissing voorbijgaat aan diverse elementen die het bestaan van een structurele band kunnen aantonen. De beslissing om het voorstel van de kandidaat om die reden als onregelmatig te verwerpen, staat volgens de Raad niet in verhouding tot het doel dat de gemeente met de betrokken vereiste wil nastreven.