Injunctie en dwangsom
Bevel aan de overheid om binnen een bepaalde termijn een beslissing te nemen of net niets te doen, eventueel op straffe van een dwangsom.
Gevolgen van een vernietigingsarrest
Wanneer een bestuursbeslissing door de Raad van State wordt vernietigd, moet de betrokken overheid binnen een redelijke termijn alle gevolgtrekkingen maken uit deze vernietiging. Die verplichting geldt zelfs wanneer het arrest geen uitdrukkelijk bevel bevat en vloeit voort uit “het gezag van gewijsde”, dat wil zeggen de bindende kracht, van het arrest.
Wanneer een arrest een bestuursbeslissing vernietigt, verdwijnt die beslissing uit de rechtsorde: ze wordt geacht nooit te hebben bestaan. Maar als het omwille van de rechtszekerheid nodig is, kan de Raad van State bij wijze van uitzondering de gevolgen van de vernietigde beslissing voor een welbepaalde periode handhaven.
Verplichting tot beslissing of tot onthouding
Wanneer uit het arrest volgt dat de overheid een nieuwe beslissing moet nemen, kan de Raad van State, op verzoek van de verzoekende partij, daarvoor een termijn opleggen. Dat kan:
in het vernietigingsarrest zelf
of in een later arrest, op voorwaarde dat de verzoekende partij de overheid vooraf per aangetekende brief in gebreke heeft gesteld en er minstens drie maanden zijn verstreken sinds de kennisgeving van het vernietigingsarrest
Wanneer de nieuwe beslissing die moet worden genomen, berust op een gebonden bevoegdheid, wordt zij rechtstreeks vervangen door het arrest van de Raad van State.
Wanneer uit het arrest volgt dat de overheid zich moet onthouden van een beslissing, kan de Raad van State dat verbod uitdrukkelijk opleggen.
Dwangsom
Als een verplichting tot beslissing of tot onthouding niet wordt nageleefd, kan de Raad van State een dwangsom opleggen. Die kan worden vastgesteld:
als een globaal bedrag
of als een bedrag per tijdseenheid of per inbreuk.
De Raad van State kan ook onder dwangsom bevelen dat een beslissing wordt ingetrokken indien die is genomen in strijd met een verplichting tot onthouding.
Zie artikel 36 van de gecoördineerde wetten.